+31 6 53 81 77 75
VeiligeMagazijnen.nl

Wie is aansprakelijk bij een instorting van een magazijnstelling?

Het korte antwoord: in de meeste gevallen is de gebruiker van de stelling, de partij die de stelling exploiteert en verantwoordelijk is voor onderhoud en keuring, de eerst aangewezen aansprakelijke partij. Afhankelijk van de oorzaak kunnen daarnaast ook de verhuurder van het pand, de leverancier of het keuringsbedrijf (mede)aansprakelijk zijn.

Redactie VeiligeMagazijnen.nlGepubliceerd op 12 september 2026Inhoudelijk getoetst door onze erkende inspectiepartner (gecertificeerde keurmeesters, NEN-EN 15635).

Bij een ingestorte magazijnstelling is meestal niet één partij automatisch aansprakelijk. De gebruiker van de stelling, de partij die er dagelijks mee werkt en verantwoordelijk is voor onderhoud en keuring, draagt in de praktijk de hoofdverantwoordelijkheid. Maar afhankelijk van de oorzaak kunnen ook de verhuurder van het pand, de leverancier van de stelling of het keuringsbedrijf (mede)aansprakelijk zijn. Hieronder leest u per partij wanneer dat het geval kan zijn, en op welke wettelijke basis.

Deze pagina geeft algemene achtergrondinformatie over de verschillende aansprakelijkheidsgronden die bij een instorting een rol kunnen spelen. Het is geen juridisch advies voor een specifieke situatie: raadpleeg bij een concreet geschil een advocaat gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht.

Overzicht: welke partij, welke wettelijke basis

PartijWanneer mogelijk aansprakelijkWettelijke basis
Gebruiker/exploitant van de stellingAchterstallig onderhoud, gemiste schade, overbelasting, ontbrekende keuringArbobesluit 7.4a, art. 6:173 en 7:658 BW
Verhuurder van het pandAlleen bij een gebrek aan het gehuurde pand zelf (bijv. vloer of constructie), niet aan losse stellingen van de huurderArt. 7:204 en 7:206 BW
Leverancier of fabrikantOntwerp- of constructiefout in de stelling zelfArt. 6:185 BW (productaansprakelijkheid)
KeuringsbedrijfEen voor een deskundige duidelijk waarneembaar gebrek is gemistAlgemene beroepsaansprakelijkheid (art. 6:74 en 6:162 BW)

De gebruiker van de stelling draagt de hoofdverantwoordelijkheid

Onder Arbobesluit 7.4a is de werkgever die de magazijnstelling als arbeidsmiddel gebruikt, verantwoordelijk voor periodieke deskundige keuring en het opvolgen van bevindingen. Dat geldt ongeacht wie het pand of de stelling in eigendom heeft: de wettelijke keuringsplicht volgt het gebruik, niet het eigendom. Kan de gebruiker bij een instorting niet aantonen dat aan deze zorgplicht is voldaan, dan is dat de zwakste positie om vanuit te onderhandelen, zowel richting een gedupeerde partij als richting de eigen verzekeraar. Wat een verzekeraar in dat geval precies opvraagt, leest u in stellingkeuring en verzekering: welke documenten moet u kunnen aantonen.

Is de verhuurder van het pand aansprakelijk?

Huurt u het pand waarin de stelling staat, dan is de verhuurder volgens artikel 7:204 en 7:206 van het Burgerlijk Wetboek verplicht gebreken aan het gehuurde te verhelpen. Een gebrek aan het pand zelf, bijvoorbeeld een vloer die de vereiste draagkracht niet aankan, kan dus wel voor rekening van de verhuurder komen. Een losse magazijnstelling die de huurder zelf heeft laten plaatsen, valt daar doorgaans niet onder: die stelling is geen onderdeel van het gehuurde pand, maar eigendom en verantwoordelijkheid van de huurder. Neemt u een pand over met stellingen van een vorige gebruiker, leg dan in het huurcontract expliciet vast wie eigenaar is van de stellingen en wie verantwoordelijk is voor onderhoud en keuring. Meer over de eerste controle na een overname leest u in gebruikte magazijnstellingen gekocht: wanneer moet u ze laten keuren.

Kan de leverancier of fabrikant aansprakelijk zijn?

Alleen wanneer de oorzaak van de instorting terug te voeren is op een gebrek in het ontwerp of de constructie van de stelling zelf, bijvoorbeeld een verkeerd berekende draagkracht of een fabricagefout. Dat valt onder de productaansprakelijkheid van artikel 6:185 van het Burgerlijk Wetboek: de producent is aansprakelijk voor schade door een gebrekkig product, ongeacht schuld. Het constructieve ontwerp van een stelling valt onder een andere norm dan de periodieke inspectie na ingebruikname; het verschil tussen beide normen leest u in NEN-EN 15635. Is de oorzaak van de instorting achterstallig onderhoud, gemiste schade of overbelasting die pas na ingebruikname is ontstaan, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker en niet bij de leverancier.

Aansprakelijkheid jegens derden: artikel 6:173 BW

Veroorzaakt een instorting schade aan een ander bedrijf in hetzelfde pand, aan bezoekers of aan andermans goederen, dan speelt niet primair het arbeidsrecht maar artikel 6:173 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel regelt een risicoaansprakelijkheid voor de bezitter van een roerende zaak, zoals een magazijnstelling, die niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mogen worden en daardoor een bekend gevaar voor personen of zaken oplevert. In de praktijk is de bezitter meestal dezelfde partij als de gebruiker: degene die feitelijk de macht over de stelling uitoefent. Deze aansprakelijkheid staat los van de vraag of er ook sprake is van een arbeidsongeval met een eigen werknemer.

Kan het keuringsbedrijf zelf aansprakelijk zijn?

In beginsel wel, als kan worden aangetoond dat een deskundig keurmeester een gebrek had moeten signaleren dat redelijkerwijs waarneembaar was, en dit gebrek vervolgens tot de instorting heeft geleid. Dat is een beroepsaansprakelijkheid van het keuringsbedrijf zelf. Dit ontslaat de gebruiker echter niet van de eigen zorgplicht: een inspectierapport is een momentopname, en tussentijdse controle en tijdig melden van nieuwe schade blijven de verantwoordelijkheid van de gebruiker.

En bij een ongeval met een eigen werknemer?

Raakt een eigen medewerker gewond bij de instorting, dan geldt een specifiek regime naast de aansprakelijkheidsgronden hierboven: de werkgeversaansprakelijkheid van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek, met een omgekeerde bewijslast, plus een meldingsplicht bij de Nederlandse Arbeidsinspectie bij ernstig letsel. De volledige stappen die dan volgen, van melding tot onderzoek en de verzekeraar, leest u in wat gebeurt er bij een arbeidsongeval met een ongekeurde stelling.

Hoe beperkt u dit risico als gebruiker?

  • Zorg voor een geldige, deskundige keuring conform NEN-EN 15635, niet ouder dan 12 maanden.
  • Volg gevonden bevindingen daadwerkelijk op en leg dat bewijsbaar vast, zie de schadeclassificatie.
  • Leg bij een gehuurd pand contractueel vast wie eigenaar is van de stellingen en wie verantwoordelijk is voor onderhoud en keuring.
  • Bouw een compleet dossier op vóórdat er schade is, zie welke documenten u moet kunnen aantonen.
  • Meld en registreer tussentijdse schade direct, wacht niet op de jaarlijkse keuring.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Is de eigenaar van het bedrijfspand altijd aansprakelijk bij een instorting?

Nee. De eigenaar of verhuurder van het pand is in de regel verantwoordelijk voor het pand zelf, denk aan vloer, dak en constructie, niet automatisch voor losse magazijnstellingen die de huurder heeft laten plaatsen. Wie welke stellingen bezit en onderhoudt, staat idealiter vastgelegd in het huurcontract. Ontbreekt die afspraak, dan is degene die de stelling feitelijk gebruikt en beheert doorgaans de eerst aangewezen partij.

Kan de leverancier van de stelling aansprakelijk zijn bij een instorting?

Alleen als de oorzaak een gebrek in het ontwerp of de constructie van de stelling zelf is, bijvoorbeeld een verkeerd berekende draagkracht. Dat valt onder productaansprakelijkheid (artikel 6:185 Burgerlijk Wetboek) en de ontwerpnorm NEN-EN 15512. Is de oorzaak achterstallig onderhoud, gemiste schade of overbelasting na ingebruikname, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker, niet bij de leverancier.

Ontslaat een goedgekeurd inspectierapport mij van aansprakelijkheid?

Niet automatisch, maar het is wel uw belangrijkste bewijsstuk dat u de wettelijk vereiste zorgplicht bent nagekomen. Een recent rapport met aantoonbaar opgevolgde bevindingen verzwakt de aansprakelijkheid van de gebruiker aanzienlijk, ook al sluit het incidenten niet volledig uit.

Is de huurder of de verhuurder verantwoordelijk voor het keuren van de stellingen?

De wet wijst dit niet automatisch toe: de Arbowetgeving legt de keuringsplicht bij de werkgever die de stelling als arbeidsmiddel gebruikt, ongeacht wie het pand of de stelling in eigendom heeft. Huurt u een pand met bestaande stellingen, leg dan in het huurcontract vast wie eigenaar is van de stellingen en wie verantwoordelijk is voor onderhoud en keuring, zodat hier bij schade geen discussie over ontstaat.

Wat als de instorting schade veroorzaakt bij een ander bedrijf in hetzelfde pand?

Dan kan de bezitter van de stelling, meestal de gebruiker, aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:173 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel regelt een risicoaansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken jegens derden, los van de vraag of er sprake is van een arbeidsongeval met een eigen werknemer.

Verandert de aansprakelijkheid als het om een eigen werknemer gaat?

Ja, dan geldt een specifiek regime: de werkgeversaansprakelijkheid van artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek, met een omgekeerde bewijslast. De volledige uitleg van dat traject, inclusief de meldingsplicht bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, leest u in wat er gebeurt bij een arbeidsongeval met een ongekeurde stelling.

Beperk uw risico voordat het tot een incident komt

Een gratis inspectiecheck vertelt u binnen één werkdag of uw stellingen een keuring nodig hebben, zodat uw dossier op orde is voordat er iets misgaat.